Ontwikkeling door eeuwen heen


Vast staat dat de Boschplaat eind 17e eeuw (1695) al aan Terschelling vast zit. Het is dan een ruim zeven kilometer lange, vrijwel onbegroeide strandplaat met onbelemmerde toegang van de zee. Een woest, leeg en door drijfzand niet ongevaarlijk oord ook. Hoe anders dan vandaag de dag.

DUINEN. Eind 17e eeuw, ter hoogte van wat nu de Eerste Duintjes wordt genoemd, vormen zich al primaire duintjes. De 200 jaar daarop ontwikkelt zich een keten van losliggende oog- of ringduincomplexen. Op en rondom deze duinen ontstaat een pioniersvegetatie, met onder meer helm, biestarwegras en zeepostelein. Ruim tweehonderd jaar lang ontwikkelt de Boschplaat zich op volledig natuurlijke wijze. Vermoedelijk wordt het overgangsgebied tussen de Vaste Duinen en de strandvlakte (de vochtige duinvalleien) ook regelmatig begraasd. De hogere duinen blijven tot rond 1890 grotendeels onbegroeid, met soms hevige zandverstuivingen als gevolg.

STUIFDIJKEN. Eind 19e eeuw besluit men in te grijpen. Tussen de Vaste Duinen, iets landinwaarts ter hoogte van paal 19 – 20, worden de eerste stuifdijken aangelegd om te voorkomen dat de Noordzee doorbreekt naar de Waddenzee. Dit zijn de oudste stuifdijken op Terschelling. Dit voorbeeld wordt enkele tientallen jaren later gevolgd (tussen 1927 – 1937) met de aanleg van een maar liefst negen kilometer lange, deels kaarsrechte stuifdijk vanaf paal 19 tot het Amelanderduin. Deze ingreep verandert de Boschplaat ingrijpend.

De dijk splitst de Boschplaat in lengterichting in tweeën; een smal zandig noordelijk deel en een breed zuidelijk deel. De smalle noordzijde blijft een dynamisch zandig gebied. De dijk vangt zandtransport van noord naar zuid op. Zuidelijk van de dijk ontstaat een geheel nieuwe situatie. In de luwte van de dijk bezinkt slib. Hierop vestigen zich aanvankelijk op grote schaal kwelderpioniersvegetaties van vooral zeekraal en schorrenkruid. Weldra opgevolgd door een volgende fase; de soortenrijkere kweldergrasgemeenschap met grassoorten als zeeweegbree, gewoon kweldergras, schorrezoutgras en gerande schijnpurrie. Deze fase is echter geen lang leven beschoren; hooguit 10 – 15 jaar.


Ontwikkeling: 1700 – 1900

Dynamische zandplaat met ringduincomplexen.

Ontwikkeling: 1937

Aanleg stuifdijk van Paal 19 tot Amelander Duin.

Ontwikkeling: heden

Zeespiegel stijgt;

  • klifvorming langs wadkust
  • dynamisch, ophogend zandgebied aan Noordzeekust
  • relatieve laagte ten zuiden Stuifdijk

GROTE VARIATIE IN VEGETATIE. Door ophoging van de zandplaat, met steeds meer slib, veranderden omstandigheden als zoutgehalte, duur en frequentie van de overstroming. Ook ontstaan er op de kwelder geulen en zandige oeverwallen. Samen met de oorspronkelijke variatie in ontstaansgeschiedenis – van west naar oost – resulteert dit in een breed scala aan milieus en plantensoorten. Middenhoge kwelders met zoutmelde, omvangrijke lamsoorvegetaties en zeealsem. Hogere kwelders met rood zwenkgras en engels gras.

Langs de stuifdijk en de duintjes neemt ondertussen de invloed van zoet water toe. Hier ontstaan deels ontzilte zones met knopbiesvegetaties van onder andere parnassia en groenknolorchis. Op enkele plaatsen vind je nog oude pollen knopbies als herinnering aan de jongere stadia. Op de Koggegronden – het meest noordwestelijk gelegen deel van de Boschplaat – ontmoeten zoet en zout water, natte en droge gronden en zand en klei elkaar. In deze bijzondere situatie is deels sprake van begrazing en deels van een ongestoorde opvolging naar een brak riet- en wilgenmoerasbos. Het zijn de oudste ontwikkelstadia op de Boschplaat.

KOFFIEBOONPLAAT EN CUPIDO’S POLDER. In de jaren zestig groeit aan de oostpunt de Koffieboonplaat aan de Boschplaat vast en op het breed uitgebouwde Noordzeestrand, tussen paal 25 en 29 ontstaat een nieuwe reeks losliggende primaire duinen. Deze worden in de jaren tachtig door stuifdijken tot een aaneengesloten geheel omgevormd, met alleen aan de oostzijde nog een zeeopening. Op de nu ingesloten strandvlakte, genaamd de Cupido’s Polder, ontstaat jonge vegetatie die enigszins vergelijkbaar is met de beginfase van de ontwikkeling ten zuiden van de stuifdijk. Door de aanleg van stuifdijkjes vermindert de natuurlijke dynamiek neemt de diversiteit van de vegetatie al snel af, met een duidelijke tendens naar verruiging. Een bijzondere soort als gesteelde zoutmelde komt nu voornamelijk nog voor in een oud huifkarrenspoor.

Als gevolg van bovengenoemde ontwikkelingen kent de Boschplaat rond de jaren zeventig van de vorige eeuw een maximale omvang met een maximale diversiteit in de vegetatietypen in kleinschalige mozaïekpatronen. Vanaf de jaren tachtig kalft de Boschplaat, aan het Amelandergat, steeds verder af. Tegelijkertijd zet de vegetatiesuccessie door en verruigt het natuurgebied.