Omslag en vegetatieverandering


De aanleg van de Stuifdijk op de Boschplaat beïnvloedt de natuur ingrijpend. De aanvankelijk gunstige ontwikkeling van met name de vegetatie, slaat vanaf de jaren tachtig om. De Boschplaat veroudert snel, door gebrek aan dynamiek, en de invloed van zoet water neemt toe. Dit gaat ten koste van de biodiversiteit en de aantrekkelijkheid van het natuurgebied.

VERDWIJNEN NATUURLIJKE DYNAMIEK. De aanleg van de Stuifdijk zorgt er voor dat een groot deel van de natuurlijke dynamiek op de Boschplaat is verdwenen. Aan de ‘luwe’ zuidzijde is de zandplaat onnatuurlijk snel opgehoogd met slib, waardoor omvangrijke kwelders ontstaan. Aan de Noordzeekant vangt de Stuifdijk grote hoeveelheden zand dat de kwelder van de Boschplaat niet meer bereikt. De gevolgen laten zich sinds de jaren tachtig voelen. Er wordt weinig tot geen zand meer aangevoerd uit het noorden. Tegelijkertijd vindt op de kwelderrand langs het wad de meeste opslibbing plaats. In de lager blijvende strook tussen de Stuifdijk en de hogere kwelderrand blijft het zoute water na de zeldzamer wordende overstromingen ook langer staan. Sommige delen verruigen, andere raken door het zoute water juist onbegroeid.

Een heel ander beeld zien we aan het begin van de Boschplaat, bij paal 20. Hier zijn halverwege de jaren negentig enkele kerven aangebracht in de tot dan toe rechte en kale zanddijk. Dankzij deze eenmalige ingreep is er ter plekke een dynamisch duinlandschap ontstaan met uitlopers de Boschplaat op. Hier verschijnen onder invloed van het aangevoerde, kalkrijke zand weer jonge vegetatietypen.

SNELLE VEROUDERING. Achter de Stuifdijk vindt, om eerdergenoemde redenen, een onnatuurlijk snelle successie en veroudering van de vegetatie plaats. Jonge pioniersvegetaties vinden we vooral nog rond de Eerste en Tweede Slenk, plaatselijk ten zuiden van de Tweede Duintjes en in de zilte ‘laagte’ tussen de Stuifdijk en de Duintjes.

Wat we nu zien is dat met name zeeweek zich sterk heeft ontwikkeld. Het spreekt voor zich dat dit ten koste gaat van jongere en meer gevarieerde vegetaties. Bijna twintig procent van de Boschplaat is inmiddels met zeekweek bedekt, dat ook dominant aanwezig is op de Punt van de Groede.

Grote oppervlakten met Zeekweek

INVLOED ZOET WATER.  In de omvangrijke zandlichamen van de geïsoleerde duincomplexen en de Stuifdijk heeft zich in de loop der tijd een voorraad zoet water opgehoopt die langzaam naar de randen uittreedt. Hierdoor vindt geleidelijk ontzilting plaats en langs de Stuifdijk ook vernatting. Het aantal karakteristieke kwelderplanten neemt hierdoor af. Grassen als fioringras, rood zwenkgras en zeerus domineren het beeld. Ook riet steekt hier en daar de kop op. De rode klaver en kattenstaart die we hier plaatselijk aantreffen wijzen ook op het zoeter worden van het systeem.

ANDERE FACTOREN. De regelmatige overstroming met zout water bepaalt het karakter van de plantengroei. De effecten van andere, al dan niet natuurlijke, invloeden op Boschplaat zijn gering. Stikstofdepositie, verzuring en bemesting door vogels hebben naar verhouding weinig invloed op de kweldervegetatie.

Niet natuurlijk, maar wel van invloed op de kweldervegetatie, is begrazing met vee. Dat zien we op de Groede, waar zo’n 380 hectare sinds mensenheugenis wordt begraasd. Begrazing vermindert de afzetting van slib en vertraagt de groei van planten en grassen op dit deel van de kwelder. Door het betreden en vertrappen van begroeiing ontstaan op de lagere, vochtige gedeelten van de Groede zelfs opnieuw pioniersvegetaties en compleet onbegroeide stukken bodem.

GEVOLGEN IN BEELD. Wat de gevolgen van genoemde ontwikkelingen zijn op de vegetatie, laten we zien met behulp van ‘virtuele’ wandelingen van noord naar zuid (vanaf paal 20) en van west naar oost. Onderstaande slideshows spreken voor zich.


Wandeling over de Boschplaat, van noord naar zuid, schuin vanaf paal 20

Stuifdijk ( de Scherm) met Schermhavikskruid

Rietgroei onder invloed van zoet water in de zone direct ten zuiden van de gehele Stuifdijk

Vlakte tussen Stuifdijk en de Duintjes -stagnerend zoutwater- met pioniervegetatie

Uitgestrekte eenvormige ruige vegetatie met veel Zeekweek rond de duincomplexen

Ruige vegetatie; broedplaats Lepelaars

Binnenvlakte van de Duintjes met ruige Roodzwenkgras vegetaties

Smalle en diepere slenken met oeverwallen zorgen lokaal voor enige diversiteit

Zuidelijke kwelderrand met overgang Zoutmelde, Lamsoor naar erosierand

Eenzame pol Slijkgras als restant van verdwenen zeekraalzone

Opgedroogde diatomeeën (eerste begroeiing) op wadbodem

Eroderende wadplaten


Wandeling over de Boschplaat, van west naar oost

Griëdam bij de Rimkeskooi beschermt de kwelderrand tegen afslag

Afslag door golfwerking Groede zuidwest

Afslag kwelderrand Groede; klifkust met kleibonken

Oeverwalbegroeiing met vloedmerkvegetatie

Punt van de Groede met uitgestrekte velden Zeekweek

Zandige kwelderrand met langarige Zeekraal

Jonge aangroeiende kwelder met Kortarige zeekraal rond Eerste Slenk

Jonge kwelder met Zeekraal en op achtergrond Lamsoor bij de Tweede Duintjes

Eroderende kwelderrand Derde Duintjes

Afslag kwelderrand in verder stadium meer oostelijk Derde Duintjes

Blootgespoelde lamsoorwortels duiden op erosie

Ontstaan klifkust kwelderrand Vierde Duintjes

Afgeslagen kwelderrand met ingespoeld zand vanuit Amelandergat

Zandige oeverwal zuidoost Vierde Duintjes

Afgeslagen duin ten oosten van Vijfde Slenk

SAMENVATTEND concluderen we dat de Boschplaat rond de jaren zeventig haar maximale omvang en diversiteit aan flora en fauna bereikt. Vanaf de jaren tachtig neemt de biodiversiteit af en is er tegelijkertijd op meerdere plekken sprake van kusterosie. Ook de invloed van de Stuifdijk wordt steeds duidelijker. Kleinschalige vegetatiepatronen veranderen in grovere, eenvormige begroeiingen. Grote delen van de Boschplaat zien er daardoor verruigd uit. Hetzelfde beeld tekent zich inmiddels ook af in de Cupido’s polder. Zilte pioniersstadia hebben het ook moeilijk aan randen van de kwelder die afkalft. Positieve uitzondering vormt het dynamisch duinlandschap bij paal 20; een nieuw landschap met stuivende duinen.