Natura 2000


In het huidige Natura 2000 beheerplan streeft men naar ‘een Boschplaat waar “jonge” habitattypen van duin en kwelder onder invloed van dynamiek door zeewater en wind, zich duurzaam ontwikkelen in gradienten van Noordzee naar Waddenzee.’ Tegelijk streeft men naar het instandhouden van aanwezige oppervlakte van verschillende habitattypen én een toename van habitattypen. Het huidige beheer bestaat grotendeels uit ‘niets doen’. Dit leidt tot verdergaande veroudering van aanwezige habitatypen en verlies van onder andere jonge kwelders en broedbiotoop van vogels.

Karakteristiek voor grote delen van de Boschplaat is de natuurlijke dynamiek. Habitattypen van vooral dynamische en hoog-dynamische delen van het natuurgebied – denk aan de embryonale- en witte duinen, de zilte pioniersbegroeiingen en onbegroeide zandplaten – kunnen onder invloed van wind, water en zand (tijdelijk) stagneren, afnemen of juist sterk uitbreiden.

RUIMER JASJE NATURA 2000. Uit onze visie, die in nauw overleg met vakspecialisten en eilanders is opgesteld, komt naar voren dat de dynamiek van een eiland zich moeilijk verhoudt tot strak areaalbehoud. Een toename van het ene habitattype gaat (tijdelijk) ten koste van het andere wanneer men dynamiek als sturend instrument toestaat. We streven dan ook een ruime mate van flexibiliteit na in oppervlak en begrenzing om te komen tot een zo groot mogelijke dynamiek, beleefbaarheid en soortenrijkdom.

Habitattypen van vooral dynamische en hoog-dynamische delen van het natuurgebied – denk aan de embryonale- en witte duinen, de zilte pioniersbegroeiingen en onbegroeide zandplaten – kunnen onder invloed van wind, water en zand (tijdelijk) stagneren, afnemen of juist sterk uitbreiden. Andere habitattypen, denk aan kwelderpioniersvegetaties, hebben slechts een korte levensduur en gaan door natuurlijke successie over in een volgend stadium. Een voortdurende aangroei van kwelders is alleen mogelijk bij permanente aangroei van het gebied en is in die zin niet denkbaar. Ook een vochtige duinvallei kan door natuurlijke successie geleidelijk overgaan in een vochtig duinbos. Beide leefgebieden streven naar een toename in oppervlakte in zowel kwaliteit als kwaliteit. Feitelijk is dit de contradictio in terminis van de natuur. Genoemde elementen horen van nature allen thuis op een eilandstaart én zijn op natuurlijke wijze aan verandering onderhevig.

Het is noodzakelijk om deze leefmilieus de nodige flexibiliteit in oppervlakte en begrenzing toe te staan. In onze visie is de aanwezigheid of de kans op ontstaan binnen afzienbare tijd belangrijker dan strak areaalbehoud. Het huidige Natura 2000 beleid moet daarom worden aangepast aan de natuurlijke gebiedskenmerken van de Boschplaat, waarin dynamiek de sturende factor is en niet areaalbehoud. Op die wijze zullen in de toekomst alle kenmerkende habitattypen in continu wisselende oppervlaktes en verschijningslocaties hun plek behouden in het gebied.