Cultuurhistorie


Waar de door mensenhanden aangelegde stuifdijken op de Boschplaat tot het cultuurhistorisch erfgoed gerekend kunnen worden, geldt dat ook andere elementen en gebruiken als de kapen, het drenkelingenhuisje, het jutten, jagen en bijvoorbeeld ook het begrazen van de Groede. Stuk voor stuk elementen die belangrijk zijn en meegenomen en gewogen worden in de visievorming.

De Boschplaat was eeuwenlang een uitgestrekte,  onbegroeide strandvlakte. De Hoek, zoals het gebied in de volksmond ook wel werd genoemd,  lag ver van de bewoonde wereld. Bovendien was het er niet ongevaarlijk.  In de 18e en 19e eeuw kwamen de eilanders er alleen als het echt nodig was. In vroeger tijden was dat vooral om te jutten of hulp te bieden aan schepen in nood.

ZEEKAPEN. Her en der opgestelde zeekapen waarschuwden schippers in vroeger eeuwen voor ondieptes. Liepen de vaartuigen alsnog vast, of vergingen ze bij noodweer, dan bood het drenkelingenhuisje op de Boschplaat de onfortuinlijke gasten en aangespoelde drenkelingen een eerste (nood)opvang. Beide cultuurhistorische bouwwerken laten zich vandaag de dag nog op de Boschplaat bewonderen. Ze worden door particuliere organisaties in stand gehouden.

JAGEN. Toen de Boschplaat, na de aanleg van de stuifdijken meer en meer begroeid raakte, nam het aantal konijnen en vogels zienderogen toe. Van eind jaren veertig werd het gebied dan ook verpacht voor de jacht met lichtbakken en honden. Tientallen eilanders namen hier aan deel. Omdat men dan ook met een auto ‘de Hoek’ op mocht, knapten de jagers als tegenprestatie het schelpenpad op; het zogenaamde ‘pad maken’.

RAPEN. Ook het, al dan niet legaal, rapen van meeuweneieren ontpopte zich tot een geliefde bezigheid van veel eilanders. Toen de populatie zilvermeeuwen explosief steeg, en als bedreiging voor andere vogels werd gezien, hielpen de eilanders met de bestrijding. Tientallen raapvergunningen werden verstrekt, met als mijlpaal 247 vergunningen in 1949.

Een raapvergunning uit 1948

BEËINDIGDZowel de konijnenvangst als het rapen van meeuweneieren werd in 1999 verboden via nieuwe wetgeving. Daarmee kwam ook een einde aan deze vormen van betrokkenheid – en een stuk cultuurhistorie – van de eilanders. Wat rest zijn de herinneringen en sterke verhalen van de vroegere jagers en rapers.

BEGRAZEN. In 1911 werd op de Groede zo’n 250 hectare afgezet en bestemd als gemeenschappelijke weide voor jongvee en paarden van eilander boeren. Sindsdien is dit gebied enkele keren uitgebreid tot  380 hectare vandaag de dag. De eilander boeren zijn nog steeds nauw betrokken bij het gebruik én beheer van dit gebied. Een langdurig en op dezelfde manier begraasde kwelder kent immers bijzondere natuurwaarden. Op dit deel van de Boschplaat zijn natuurbeheer, traditie, cultuurhistorie en sociaal economische betrokkenheid dus nauw met elkaar verweven.